Aflevering 10: Jetta Goudal, Amsterdamse Diva op de Walk of Fame

Stel op de straat de vraag of iemand Hollywood kent, dan is de kans groot dat het antwoord ja is. Vraag naar de Walk of Fame (WoF) en misschien weet iemand wel wat dat is. Of iemand kan zeggen waar die Walk of Fame is? Die kans is een stuk kleiner. Maar wat als je vraagt of er ook Nederlandse sterren stralen op de WoF? Vermoedelijk weet een slechts kleine minderheid mensen dat. Want ja, is er wel een ster van een Nederlander?

De sterren van Hollywood

Hollywood is een deel van Los Angeles, Verenigde Staten. Daar is Hollywood Boulevard te vinden, een drukke straat die elk jaar 10 miljoen bezoekers trekt. Toeristen, maar ook zij die iets willen zijn of worden of denken te zijn, lopen daar rond. Zeker in februari / maart is het er druk als als in het Dolby Theatre de Oscars worden uitgereikt.

Op Hollywood Boulevard is de WoF. Die is in de jaren vijftig ontwikkeld om sterren van het witte doek, van de muziek en het toneel een permanent openbare monument te geven voor hun prestaties in de amusementsindustrie. Acteurs, muzikanten, regisseurs, producenten, muziek- en theatergroepen, fictieve personages en anderen hebben een ster gekregen. De sterren op Hollywood Boulevard zijn gemaakt van messing en terrazzo (een steencomposiet). Sommige entertainers zijn in meerdere categorieën met meerdere sterren erkend. Gene Autry is de enige met sterren in alle vijf categorieën. Februari 2021 waren er bijna 2700 sterren op de Hollywood Walk of Fame. Vier sterren zijn ooit gestolen (o.a. Gregory Peck en Kirk Douglas). Een ster hangt aan de muur: Muhammed Ali. Waarom? Hij wilde niet dat men over hem liep.

Maar dan nu de hamvraag: is er een Nederlandse ster? Ja, maar die is niet van Rutger Hauer, Paul Verhoeven of Jan de Bont. Die is van Jetta Goudal. Een ster van de stomme film. Overigens wist ik, Rick, ten tijde van ijn reis nog niet van het bestaan van Jetta. Ik heb dan ook geen foto van haar ster. Wel van onder andere Michael J. Fox.

Jetta Goudal

Jetta Goudal werd in 1891 in Amsterdam geboren als Juliette Henriette Goudeket. Zij groeide op in een welvarende familie op de Plantage Middenlaan. Haar vader was diamantlsijper en orthodox-Joods. Frivoliteiten waren verboden terrein voor Jetta en haar zusje Bertha.

In 1917 vertrok ze naar de VS. Vanaf dat moment noemde zij zich Jetta Goudal, was afkomstig uit Versailles, katholiek en dochter van een rijke Franse advocaat. Broadway en Hollywood geloofden haar. Waarom ze dat deed? Ze was ongetrouwde en joods. In die tijd kwamen Joden niet door de ballotage van sociale of sportclubs hebben gemogen, zoals tennis of golf.

Jetta was een Flapper. Dat waren kortharige, pittige zelfbewuste vrouwen met een bobkapsel, die naar jazz luisterden en minachtend deden over dat wat toentertijd als acceptabel en gangbaar gedrag werd gezien. Flapper-girls droegen zware make-up, korte rokken, dronken stevig, rookten, reden auto en gingen makkelijker om met seks.

Zodra ze in Amerika was liet ze Nederland achter zich. De aangenomen naam zegt al iets, maar ze wilde ook niets meer van haar familie weten. Ze verbrak het contact resoluut. Toen haar nichtje, die als enige in de familie de Holocaust had overleefd, haar benaderde, wees ze zelfs dat contact van de hand. Erik Brouwer, schrijver van het boek Diva Jetta Goudal, meent dat ze haar oude leven verdrong. “Ze was een egocentrische vrouw die alles opzij zette voor haar eigen belang.”

Ze speelde 10 jaar lang in 19 films. Op filmsets was ze eigenzinnig en recalcitrant. Erger, ze hield zich intussen niet aan afspraken en regels, kwam geregeld te laat, luisterde niet naar de regisseur, maakte stennis, bemoeide zich met het script en wilde haar eigen jurken laten maken.

Zoals ze zelf zei: I don’t like being called a silent star. I was never silent.

The shit hits the fan

Producent DeMille besloot uiteindelijk met haar te breken. Dat pikte ze niet. Ze nam een advocaat in de arm en begon een juridische strijd. Winnen, zo meende haar advocaat, was geen probleem, maar geen enkele studio zou haar meer in dienst nemen. Haar rechtszaak tegen Cecil B. DeMille uit 1927 schiep een precedent bij het vestigen van de rechten van een ster. Ze bleef zelfs na haar overwinning bevriend met DeMille.
Ze won, maar het betekende wel het einde van haar carrière. Ze kwam op de zwarte lijst. Ze kreeg geen rollen meer.

Door haar rechtszaak werd een juridisch precedent geschapen. Acteurs in Hollywoodfilms konden niet meer zomaar worden ontslagen en leidde tot de oprichting van de acteursvakbond. Ze trouwde na haar filmcarrière met Harold Grieve, een art director en een van de oprichters van de Academy (jawel, de uitdelers van de Oscars). Ze is gevallen in 1973, en werd daardoor invalide. Ze is overleden in 1985, begraven op Glendale begraafplaats, LA.

Amsterdam, de geboorteplaats van Jetta Goudal, heeft in 2020 een eerbetoon voor haar gerealiseerd: de Amsterdamse brug no. 771 in Slotervaart heeft haar naam gekregen.

Wie verder wil lezen over de WoF:

De Walk of Fame website

Wiki over de Walk of Fame

Over de Oscars

Fun facts over de WoF

 

Wie meer wil lezen over Jetta Goudal, of de documentaire Diva Jetta Goudal wil zien:

Over het boek van Erik Brouwer

Achtergrond informatie over Jetta Goudal

Nieuwsuur over Jetta Goudal

De documentaire Diva Jetta Goudal

 

 

 

Aflevering 8: Tapijt van Bayeux, een strip van 93 piemels

Ik liftte in 2005 van Amsterdam naar Normandië. Via Etretat, met de witte rotsen, en Luc Sur Mer met het lage zandstrand kwam ik aan in Normandië. Land van de calvados en de stranden van D-Day. 61 jaar geleden was de streek het strijdtoneel van de invasie. Ik geloof dat ik zo ongeveer elke documentaire over D-Day heb gezien. Strijdtoneel van 160.000 manschappen, 7000 boten en landingsvaartuigen, 10.000 vliegtuigen op 6 juni 1944. Ik zag Point du hoc, Arromanches, Caen.

Maar waar ik echt van genoten heb, was het tapijt van Bayeux, een verbeelding van de slag van Hastings in 1066, een slag die destijds net zo goed een bloedige bedoening was. ik zeg wel tapijt, maar het tapijt is niet echt een tapijt want het is niet geweven: het is een borduurwerk van wol op linnen. 70 meter lang, een halve meter breed.  Op het doek staat onder andere de voorbereiding op de slag, zoals de bouw van de vloot van Willem. Ook is de invasie van Willem de Veroveraar afgebeeld, dus hoe hij met zijn leger van Normandië naar Engeland vaart en daar Harold treft, zijn tegenspeler in de slag bij Hasting in 1066. Het doek eindigt met scenes van op elkaar inhakkende legers en de dood van Harold.

In de geschiedenis van de mens is dat verbeelden niet zo uitzonderlijk. De mens maakte graag plaats en strips. Denk aan de grotschilderingen van Lascaux, de hiëroglyfen van de farao’s, de zuil van Trajanus, en moderne varianten als Asterix en Obelix. Veel plaatjes, niet teveel tekst. Makkelijk voor dat deel van het volk dat minder goed kon lezen. Overigens, er staat wel enige tekst op het tapijt, maar die is in het Latijn en lijkt vooral een soort hoofdstuktitels te zijn. Meer over strips in de menselijke geschiedenis is te lezen in dit artikel.

Het tapijt van Bayeux is ook goed een strip te noemen. Veel plaatjes, veel actie, weinig tekst. Wat weten we van het tapijt? Het is gemaakt, zo wordt vermoed, in Canterbury vanwege stijl van van het schrift en de tekeningen. Er staan zelfs beelden uit Engeland staan op het tapijt, zoals de dis met de gerechten en de mannen erom heen. Omdat er in het Latijn ook Angelsaksische woorden op het doek staan en omdat de gebruikte kleurstoffen typisch zijn voor het zuiden van het huidige Engeland, zouden de makers uit Kent kunnen komen. Wie de makers zijn? Waarschijnlijk vrouwen in Engeland, met name Willems vrouw Matilda en haar gevolg worden genoemd. De opdrachtgever zou bisschop Odo zijn geweest. Hij is de halfbroer van Willem, bisschop van Bayeux. Andere theorieën zijn dat het doek in het Loire-gebied is gemaakt of dat het een andere opdrachtgever had.

Het doek is regelmatig hersteld in de loop der eeuwen. Zo werd in 1724 een nieuwe voering toegevoegd om het tapijt aan de achterkant te beschermen en in 1860 vonden restauratiewerkzaamheden plaats waarbij het stuk werd gerepareerd met kleurstoffen, verstevigd en voorzien van stoppen. Een Victoriaanse replica van het tapijt van Bayeux werd gemaakt in 1885 en is te zien in het Reading Museum in Reading, Engeland. Tijdens de tweede wereldoorlog was het in het Louvre. De nazi’s wilden het naar Berlijn halen, maar dat ging eind augustus helemaal mis toen de geallieerden eerder in Parijs waren dan de Duitsers dachten.

Het tapijt zelf is in drieën te verdelen: op de de bovenste strook fabeldieren en ook fabels als de fabel van de vos en de kraai van de Griekse dichter Aisopos (die staat zelfs drie keer afgebeeld). De middelste en breedste strook bevat – in het kort – het verhaal van de kroning van Harold in januari 1066 na de dood van Edward de Belijder, Willem die een invasievloot maakt, voorraden aanlegt en de schepen naar Engeland zeilen en landen in buurt van Hastings. Ze maken een kamp, er wordt flink gegeten (die scene is een kopie van een tekening uit Canterbury), kasteel wordt gebouwd en huizen worden verbrand ter voorbereiding op de slag, de slag zelf, de Angelsaksen worden in de pan gehakt, de dood van Harold. The end.
Op de onderste strook staan soldaten, maar ook naakte mannen en vrouwen. Subtiel dan wel saillant detail: op het doek staan in totaal 93 penissen, ook van paarden.

Waarom het doek ook boeiend is, in ieder geval voor mij als liefhebber van (vallende) sterren en meteoren, dat op het doek naar alle waarschijnlijkheid de Komeet van Halley staat afgebeeld, die in april 1066 aan de hemel te zien was.

Het doek, inmiddels ruim 950 jaar oud, schijnt onvolledig. Historici denken denken dat een deel van ongeveer drie of misschien wel zes meter ontbreekt. Het is namelijk gek dat de voorbereidingen en de slag van Hastings zelf wel zijn afgebeeld, maar de kroning van Willem in december 1066 niet. In 2013 hebben in totaal 416 mensen gewerkt aan een nieuw einde van het tapijt.

Misschien is ook deze vraag interessant: klopt het wat op het doek staat? Dat valt niet met zekerheid te zeggen. Wel zijn er andere bronnen, zoals de Carmen Widonis of Carmen de Hastingae Proelio, die het verloop van de slag bevestigen.

Vandaag de dag is het tapijt van Bayeux nog steeds een inspiratiebron. Recentelijk verscheen deze spotprent van Peter Brookes in The Times:

Verder heeft het tapijt gediend als voorbeeld voor een borduursel van 85 meter waarop de invasie in Normandië staat.

Trouwens, wie zelf een scene wil maken, kan met deze link zich uitleven. Ik kwam tot deze scene (met een verwijzing naar film Saturday Night Fever):

Meer lezen?

Tapijt van Bayeux

English heritage

Historiek

ISgeschiedenis

Geschiedenisbeleven

Museum van Bayeux

Wiki

 

Slag bij Hastings: Wiki

 

Normandië: Regio Normandië

 

Aflevering 6: Goochelen, James Randi en Char(latans)

Dennis had er een, ik had er een, mijn zoon heeft er een, zelfs Hans Klok had er een: een goocheldoos. Met daarin minstens een toverstaf, een touw en een set speelkaarten. En iedereen had wel een opa of oom die een muntstuk achter je oor vandaan haalde.

 

De meesten van ons stoppen na de basisschool met goochelen. Anderen niet. Hans Klok, Hans Kazan, Fred Kaps, zij werden Nederlandse topacts. En als zij bezig gaan, dan boeit dat. Hoe doen ze het toch? Van een konijn uit de hoge hoed tot het in tweeën zagen van een leuke dame: steeds weer kan de toeschouwer geboeid kijken naar de trucs die goochelaars en illusionisten laten zien.

En niet alleen vandaag de dag. Goochelen is iets van alle tijden. Waarschijnlijk is het ook waar dat de mens bedrogen wil worden. Mundus Vult Decipi, ergo decipiatur, aldus Pretonius. Magisch denken betekent ook dat de zintuigen ons bij de neus nemen. Een rad voor de ogen draaien. Een oor aannaaien. Met twee monden spreken zelfs?

Maar goochelen gaat vooral over illusie, vingervlugheid, spiegels, ontsnap- en verdwijntrucks. Uiteindelijk is het niet meer dan vermaak. Zie ook de oorsprong van het woord goochelen uit het Latijn ioculari (grappen maken). Onze woorden jokken, joke, jongleren, guychelen schuren tegen die betekenis aan. En als we het toch over taal hebben: de woorden hocus pocus pilates pas, die menig goochelaar uitspreekt, schijnen een historische oorsprong te hebben.

Maar sommige proberen zichzelf te verrijken of in de kijker te spelen. De goochelaar James Randy was daar een fervent tegenstander van. Hij bestreed de nepperij van Uri Geller, religiefantasten, charlatans als Char (voor wie een video wil zien over haar werkwijze, hier is een link) en uiteindelijk iedereen die anderen geld probeerde afhandig te maken door middel van zwendel, zoals met god spreken of het hiernamaals, of met de doden. Waarom had hij moeite met de neppers? Omdat ze anderen iets afhandig maakten of omdat ze iets zeggen te kunnen wat ze niet kunnen.

Waarom werkt het? Dat goochelaars en en illusionisten ons bij de neus kunnen nemen? Dat heeft te maken met het gemak waarmee zintuigen om de tuin geleid kunnen worden. Goedgelovigheid, dat kan het ook zijn. In het geval van de oplichterij van de Chars van deze wereld is het ook de wil / wens dat iets waar is wat een ander voorspiegelt. Nog een reden? Verrast willen worden door het plotselinge verschijnen of verdwijnen van een voorwerp of een levend wezen.

Ik kijk graag naar filmpjes waarin de blindheid voor verandering voorkomt. Zoals in dit voorbeeld waarin iemand een onbekende de weg vraagt, dan een een bord langs komt, of iemand achter een balie verdwijnt, waarna een ander het overneemt. De meeste mensen kijken niet goed; vermoed wordt dat het niet kijken een gevolg is van onze hersenen, die zo voorkomen dat we overbelast raken door een overdaad aan informatie.

 

Wanneer een goochelaar wat verder gaat, en grote acts op de bühne doet, spreken we van een illusionist. Hans Klok is zo iemand, en ook Siegfried en Roy die het met dieren deden. Die laatste twee leven sinds kort niet meer, maar niet omdat ze stierven op het podium. Dat kan wel gezegd worden van Chung Ling Soo. Hij stierf tijdens zijn act waarbij hij een kogel opving.

Een van mijn goochelhelden, Tommy Cooper, stierf ook op het podium. Het rare van zijn verhaal is wel dat mensen dachten dat zijn sterfscène deel van de act was.

Sommige illusionisten brachten het er ternauwernood levend vanaf. De reeds genoemde Randy James en zelfs de grote Houdini, de meester van de verdwijntruc, stierven bijna tijdens hun act.

De conclusie die we kunnen trekken? Goochelen is niet zonder risico’s.

Heb je de podcast nog niet beluisterd? Doen. Wij vertellen over goochelaars en en zwendelaars.

Zet je koptelefoon op, sluit je ogen, en luister naar ons verhaal.

Dat kan hier op de site maar je kunt ook naar Lekker Uitgelegd luisteren in je podcast app of op Spotify en iTunes (Apple podcasts).

Vind je de podcast leuk? Laat het weten en, belangrijker nog, vertel het verder!

Aflevering 5: De Henro, lopen op Shikoku

Sommige mensen vinden het leuk om een rondje door het park te lopen. Of even een wandelingetje in het bos of op het strand te doen. De kenmerken van die wandelingen zijn steeds weer: meestal wordt niet meer dan 5 of 10 km (of soms iets meer) gelopen, het lopen neemt meestal niet meer dan een paar uur in beslag, men is bovendien vaak niet ver van de eigen woning, ’s avonds staat een pan aardappelen op het vuur en slaapt de wandelaar gewoon weer in zijn eigen bed.

Een pelgrimstocht als de Henro is van een andere orde. Deze tocht voert langs 88 tempels op het eiland Shikoku in Japan. Ik heb die tocht begin 2016 gelopen. Weliswaar niet helemaal, ongeveer een kwart want voor meer – laat staan de hele route – kon ik helaas niet de tijd nemen. Voor de goede orde: de Henro is een tocht die om en nabij de 1200 kilometer lang is. Ik liep over wegen, bospaden, langs stranden, door bamboebossen. Het mooie van zo’n tocht is dat je bij jezelf te rade gaat en los komt van het aardse. Dat is ook een van de ideeën van de pelgrimage: een reis naar het midden van je hart of je ziel.

Het idee is dat je als pelgrim met weinig meer dan wat kleren onderweg gaat. Naast kleren, en wellicht een slaapmat en slaapzak, heeft de pelgrim, ook wel o-henro-san genoemd, een staf bij zich. Die staf helpt bij het wandelen. Dat is geen overbodige luxe: op sommige bergpaden is het buitengewoon glad. De staf is tevens de verbeelding, de metafoor voor de monnik Kukai. Hij was de stichter van het Shingon-Boeddhisme, zo’n 1200 jaar geleden. Als je wandelt, dan is de monnik steeds dichtbij. Hij begeleidt je.

De meeste pelgrims dragen verder een wit shirt en een punthoed. Ook een vrij standaard ritueel bij de eerste tempel: het aanschaffen van een stempelboek. In dat boek zet bij elke tempel de verantwoordelijke monnik een stempel in het boek en kalligrafeert tekens. Onderweg kun je slapen in rusthutten, bij B&B’s, hotels, of op het terrein van een tempel. Sommigen slapen zelfs gewoon buiten, in een bushokje. Veel mensen zien dat je pelgrim bent en geven je giften, zogenaamde osetai.

Op onderstaande foto staan de gids, de staf, het witte shirt en het stempelboek:

Wat mij beviel, ook als ik geen boeddhistische inslag zou hebben, is het gebrek aan drang en dwang van deze pelgrimstocht. Het komt uit je zelf. Of niet, en dan blijf je thuis zitten met de zorgen en verlangens van je leven. Overigens, je kunt de 1200 kilometer lopen, maar je kunt ook met bus, trein, auto, of fiets de route afleggen. De aankleding zoals het shirt en de staf zijn niet verplicht. Het gaat om de reis te maken met je geest. Ik moet zeggen dat ik dat wel gedaan heb. Ik ben sowieso al een liefhebber van Japan, vanwege het fatsoen en respect, vanwege de band met het verleden en tradities en het omarmen van de moderne tijd, van de keuken, van het landschap. De tocht over Shikoku was een verdieping van jewelste. Overigens, wie meer wil lezen of kijken, of inspiratie wil opdoen, de volgende websites zijn aan te raden:

 

Algemene informatie

De henro op wikipedia

Internationale henro-groep op Facebook

 

Enkele Nederlandse o-henro-san (die ik allemaal ooit ontmoet heb):

Videodagboek van Ingmar Beldman

Website van Elly Juhrend

Weblog van Yvonne Schoutsen

 

Heb je de podcast nog niet beluisterd? Doen. Rick vertelt van zijn reis naar Shikoku.

Zet je koptelefoon op, sluit je ogen, en luister naar zijn verhaal.

Dat kan hier op de site maar je kunt ook naar Lekker Uitgelegd luisteren in je podcast app of op Spotify en iTunes (Apple podcasts).

Vind je de podcast leuk? Laat het weten en, belangrijker nog, vertel het verder!

Aflevering 3: Pseudocide

De DRK Suchdienst

Na de tweede wereldoorlog wachtten in Duitsland (en in andere landen) velen op de terugkeer van hun man, zoon, vader of grootvader. Velen waren in krijgsdienst gegaan, maar keerden vooralsnog niet terug. De chaos in Duitsland was groot, het land was verwoest, informatie over vermiste soldaten was er nauwelijks, de stroom vluchtelingen was immens. Al snel ontstond vlak na de oorlog een behoefte om de wachtende familie of vrienden en de terugkerende soldaten met elkaar in contact te brengen. In de eerste maanden hingen mensen op stations briefjes op, bij wijze van ‘advertentie’.

Om dat in goede banen te leiden, begon Het Duitse Rode Kruis (DRK) een zoekdienst. Over de geschiedenis van de DRK-Suchdienst is (in Duits) meer te lezen op de site van de (nog steeds bestaande) Suchdienst [1].

Ook de Duitse opa van Rick (zie foto hiernaast) kwam niet levend uit de oorlog tevoorschijn. Hij, Georg, was in de oorlogsjaren een militair in een reserve-fietseskader. Na de oorlog ging het leven van zijn vrouw en vier kinderen verder, maar van Georg geen spoor. De Suchdienst kon geen hulp bieden.

Geruchten

Rick werd goed 20 jaar later geboren, en vanaf een zeker moment in de jaren zeventig hoorde hij geruchten dat opa niet dood zou zijn, maar een tweede leven was begonnen. Een van de familievrienden, Roger, zou de zoon van Georg zijn. Een halfbroer van Ricks vader dus.

Dat mannen na de oorlog een nieuw leven begonnen, was niet heel vreemd. Sommige ex-soldaten schaamden zich voor hun deelname aan de nazi-oorlogsmachine, anderen waren ontevreden met hun bestaande leven van voor de oorlog, of hadden schulden. Dat was toen voor mensen een reden om hun eigen dood in scene te zetten, maar ook nu komt het voor dat mensen ‘uit het leven stappen’ en elders verder leven. Het merendeel van die nepdoden zijn overigens mannen: vrouwen zijn verreweg in de minderheid.

De eigen dood in scene zetten: doing a reggie perrin

Om een succesvolle nepdood, ook wel pseudocide genoemd, te kunnen realiseren, moet je eerst verdwijnen. Sommige mannen deden dat door hun kleren op het strand achter te laten, zodat mensen zouden denken: hij is het water ingelopen en verdronken. Ook een bekende manier: het vervoermiddel vernield en leeg achterlaten (zoals een auto of een gecrasht vliegtuig waaruit de nepdode-in-spe is gesprongen). Bekende nepdoders zijn John Darwin (die met zijn kano de zee opging en dood leek te zijn), Lord Lucan en de Lord Timothy Dexter [2] [3]. Ook bekende artiesten zouden hun eigen dood in scene hebben gezet [4]. Was Paul McCartney een daarvan? En Michael Jackson? Of Elvis Presley? Overigens bestaat in het Engels de uitdrukking doing a reggie perrin: verdwijnen onder de illusie dat je dood bent.

Wil je de boel flessen, dan zijn voorbereiding en vervolgstappen zeer belangrijk: je moet je identiteit veranderen, geld hebben, alle contact met je oude leven verbreken, niet over je vorige leven praten. Mensen, mannen, hebben meerdere redenen om hun eigen dood in scene te zetten: het innen van een levensverzekering, om schulden niet af te betalen, om celstraf te ontlopen, om een nieuwe relatie te beginnen, om te zien of ze nog geliefd zijn (zie bijvoorbeeld de aflevering The One with the Memorial Service van de serie Friends). [5]

De professionele aanpak

In het boek Playing Dead van Elizabeth Greenwood [6] bespreekt de auteur de verschillende aspecten waar je op moet letten als je pseudocide wilt plegen en ook enkele gevallen van fake deaths. We horen weinig van geslaagde pseudocides (misschien wel logisch, want een nepdode maakt zich niet bekend). Slagen kan wel, maar je moet het goed plannen. Wat helpt: het is mogelijk om in de Filipijnen tegen betaling een nep overlijdenscertificaat aan te schaffen. [7] [8]

En opa?

Nog steeds nieuwsgierig naar het lot van zijn opa heeft Rick begin 21e eeuw een zoekopdracht geplaatst bij de Suchdienst. Het antwoord van de Dienst was helder: Opa is ‘verschollen’, vermist. Dat kan dood zijn, maar hoeft niet. Feit is wel dat als opa nog had geleefd, dat hij nu 106 jaar oud zou zijn. En dat betekent voor velen van ons het einde.

 

Literatuur

[1] https://www.drk-suchdienst.de/informationen-und-hintergruende/geschichte-des-drk-suchdienstes/
[2] https://listverse.com/2019/06/24/10-people-who-faked-their-own-death/
[3] https://www.atlasobscura.com/articles/pseudocides-five-faked-deaths-that-will-long-be-remembered
[4] https://www.grunge.com/26814/10-celebrities-might-faked-deaths/
[5] https://www.acfe.com/fraud-examiner.aspx?id=4294994951
[6] Playing dead; A Journey Through the World of Death Fraud / Elizabeth Greenwood. – New York: Simon & Schuster, 2016. – 272 p.

[7] https://www.psychologytoday.com/us/blog/shadow-boxing/201704/pseudocide-the-art-faking-your-death
[9] https://www.vice.com/en_us/article/7bmv7a/a-handy-guide-to-faking-your-own-death

Meer lezen?

https://www.researchgate.net/publicatio/286383772_Pseudocide_A_Case_Report
https://www.abc.net.au/news/2019-10-28/how-do-you-fake-your-own-death/11635836
https://www.abc.net.au/news/2018-06-01/arkady-babchenko-reveals-using-pig-blood-to-fake-his-death/9822872
https://en.wikipedia.org/wiki/Faked_death
https://www.gizmodo.com.au/2018/10/the-psychology-of-faking-your-own-death/

Aflevering 2: Geeltjes

Een jongen op een rondvaartboot. De vestingwerken van zijn geboortestad Zwolle en de romantiek van haar middeleeuwse geschiedenis. Een verhaal over bakstenen, stadsmuren, steenfabrieken en klei.

Van die klei maakt men het IJsselsteentje, oftewel het ‘geeltje’, dat al snel de wereld verovert door te dienen als ballast van 17e eeuwse zeilschepen en, op de plek van aankomst, als bouwmateriaal van de handelskolonist.

Late middeleeuwen

Toen in de late middeleeuwen de steden in Nederland flink groeiden, door met name de handel en nijverheid, werd ook de veiligheid van de inwoners van steeds groter belang. Dat gold ook voor de stad zelf, die in die tijd gebouwd was van hout en die niet zelden geheel afbrandde als ergens een vuurtje niet op tijd werd geblust. Maar dat gold zeker dus ook voor de inwoners van de stad, die regelmatig hun leven niet zeker waren als huursoldaten of rovers de stad belegerden.

In de loop van de 14e en 15e eeuw begon men daarom met het bouwen van huizen van steen. De brandgevaarlijkheid nam daarmee enorm af. De stenen die voor de huizenbouw gebruikt werden, moesten wel zelf gemaakt worden. Het ontbeert Nederland aan bergen, rotsen en bijbehorend natuursteen. Wij zijn hier uit de klei getrokken! Door die klei in mallen te proppen, te laten drogen en vervolgens te bakken in steenovens, konden bakstenen worden gemaakt die men als lego-steentjes op elkaar kon stapelen. Omdat in elke rivier in Nederland klei te vinden is, is dan ook aan elke rivier wel een steenfabriek te vinden. Voor wie meer willen lezen over de geschiedenis van de baksteen, is Biografie van de baksteen een aanrader. Hoewel dit boek van Ronald Stenvert vooral over de baksteen van de moderne tijd gaat (1850 tot heden) geeft het boek wel degelijk een inzicht in de geschiedenis van ervan. Op deze site (1) kun je de PDF van het boek downloaden.

Zwolle

Met bakstenen werden niet alleen huizen en kastelen gebouwd. De veiligheid van de inwoners werd vergroot toen in de late middeleeuwen veel steden zich gingen wapenen tegen rovers en soldaten. Menige stad in Nederland wierp wallen op, en op die wallen werden stadsmuren gebouwd. Ook in Zwolle, dat sinds 1230 stadsrechten had, werden zulke muren van baksteen opgetrokken. Op de kaart van Zwolle (2) is de oorspronkelijke muur te zien met torens en poorten. Ook in de podcast genoemde herbouwde muur uit de 20e eeuw is op die kaart te zien, tussen de nummers 35 en 36 (respectievelijk Pelsertoren en Diezerpoort).  Over de geschiedenis van Zwolle, die wat betreft de bouw van de vestingwerken te vergelijken is met andere steden, is meer te lezen in Geschiedenis van Zwolle van Jan ten Hove (3).

Adriaen Anthonisz.

Een van de vestingbouwers, die ook in Zwolle aan de slag ging, was Adriaen Anthonisz. Hij werkte  op wiskundige grondslag zijn ideeën van fortificatie uit en steden als Amsterdam, Alkmaar, Muiden/Naarden, Utrecht en Zwolle werden aan de hand van zijn berekeningen fortificaties doorgevoerd. Hij was verder burgemeester van Alkmaar en had de eretitel ‘Stercktebouwmeester der Vereenighde Nederlanden’ en was benoemd tot ‘Mathemathicus van Oranje’. (4)

De bakstenen die men in Zwolle en andere Hanzesteden gebruikte, werden gebakken van rivierklei en hadden, anders dan het geeltje, een rode kleur. In het westen van ons land werden ook stenen gebakken. Deze stenen hadden echter wel de bekende gele kleur. Dat had te maken met het hogere kalkgehalte in de westerse klei. Ook de grootte van de stenen was anders. De westerse geeltjes waren kleiner dan de stenen in het oosten en noorden van het land. Lees meer over de geschiedenis van de zogeheten steenplaatsen en geeltjes op goudeneeuwrivier.nl. (5)

 

Bibliografie
1. https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2012/01/01/de-biografie-van-de-baksteen
2. https://nl.wikipedia.org/wiki/Stadsmuur_(Zwolle)
3. Geschiedenis van Zwolle /  Jan ten Hove. – Zwolle/Kampen: Historisch Centrum Overijssel/IJsselacademie/Waanders Uitgevers, 2005 – 688 pp.
4. https://nl.wikipedia.org/wiki/Adriaen_Anthonisz
5. https://www.goudeneeuwrivier.nl/erfgoed-cultuurhistorie/1572-1672-steenplaatsen-in-de-gouden-eeuw